Onderwerp "psychologische theorie"
Drie basisgevoelens van het superego
Ik heb op het ogenblik de theorie (hypothese) dat het superego gebaseerd is op 3 basisgevoelens: dat je verkeerd bent (in de morele zin), dat je schuldig bent en dat je inferieur bent. Alle drie hebben ze tot gevolg dat je afwijst wat je doet, voelt of denkt.
Het gevoel van verkeerd zijn bewerkstelligt dat je iets anders probeert te denken, voelen of doen, om jezelf te verbeteren.
Het gevoel dat je schuldig bent bewerkstelligt dat je straf accepteert, namens degene die je schuldig bevind, omdat je je verantwoordelijk voelt voor je verkeerde daad. Je voelt je tegenover de ander, en gescheiden van die ander.
Het gevoel van inferieur zijn bewerkstelligt dat je meegaat met wat een superieure ander wil. Als je jezelf als inferieur beschouwt, zul je minder aandacht aan je eigen wil en gevoelens besteden.
Deze drie gevoelens maken je op diverse manieren manipuleerbaar, waarbij de manipulaties geïnternaliseerd zijn of worden als objectrelaties in het superego. De gevoelens kunnen daardoor bij van alles opkomen.
Hier zijn een aantal ideeën over hoe de gevoelens van verkeerd zijn, inferieur en schuld een functie hebben in diverse aspecten van het superego.
Regels
Onderscheid maken tussen goed en verkeerd. Wie zich niet aan regels houdt is schuldig.
Moeten
Als je iets moet van iemand, dan voelt het verkeerd om dat niet te doen. Je voelt je ook inferieur aan de superieure ander, wat reden is je eigen oordeel opzij te zetten.
Plicht
Het niet doen van iets wordt als verkeerd gevoeld. Er is minder sprake van inferioriteit als bij iets van een ander moeten, omdat er over het algemeen iets wat als plicht ervaren wordt meer geaccepteerd wordt.
Schaamte
Zich inferieur en schuldig voelen over zichzelf.
Spijt
Iets wat gedaan werd wordt nu als verkeerd gezien.
Berouw
Over iets wat gedaan werd wordt nu schuld en verkeerdheid gevoeld.
Boete doen
Men voelt zich schuldig over iets wat gedaan werd, en neemt vrijwillig straf op zich.
Bestraffen
Men ziet de ander als schuldig en minderwaardig, en doet hem daarom iets aan, vanuit een superieure positie. Over dit de ander iets aan doen wordt geen schuld gevoeld.
"Het is dom/stom als je…"
Als iemand je ervan weet te overtuigen dat wat je doet "dom" of "stom" is, krijg je het gevoel dat je verkeerd en inferieur bent. Je zult het verkeerde proberen te verbeteren, hopend hiermee van het inferieure gevoel af te komen, meegaand met wat de ander vindt, die nu als superieur gezien wordt.
Amok op Koninginnedag 2009
Tijdens Koninginnedag 2009 reed Karst T. in een zwarte Suzuki Swift 6 mensen dood bij de bus met het koninklijk gezelschap, waarna hij een zelfmoordpoging deed door hard tegen een monument te rijden. Hij overleed later in het ziekenhuis.
Hoewel deze actie in de media voornamelijk vergeleken werd met de met wapens opererende eenlingen die de afgelopen jaren grote aantallen mensen doodschoten alvorens zelf door de politie doodgeschoten te worden, dan wel zelfmoord te plegen, is dit verschijnsel al diverse eeuwen bekend: Amok.
Amok komt vooral in Maleisië voor. Een man die zich diep schaamt, waardoor deze niet meer eervol kan leven, begint plotseling met een wapen zoveel mogelijk mensen te doden. Dit eindigt meestal in het doden van de amokmaker door politie of omstanders.
In de analyses die ik op TV en in de kranten zag over de psychische achtergrond, kwamen vooral de woorden "boosheid", "kwaadheid" en "woede" voor. Waarom werd er niet over "haat" gesproken? Bij de varianten op kwaadheid is er altijd nog een hoop dingen recht te zetten, maar bij haat is er sprake van vernietigingsdrang, omdat die hoop er niet meer is. De moordzucht van Karst T., zowel tegen anderen als tegen hemzelf gericht, was haat en zelfhaat.
Kennelijk is het moeilijk om over haat te spreken. Kwaadheid en woede zijn nog enigszins acceptabel, haat is dat niet. Helaas is het wel de realiteit, hier. Zelfhaat is natuurlijk helemaal moeilijk.
Dat die zelfhaat tot deze feitelijke zelfmoordactie kon leiden, kan alleen als er tevens sprake is geweest van het totaal niet waarderen van het eigen leven. Een diep minderwaardigheidsgevoel, dus. De situatie, met de destructieve macht over het superieure koninklijk gezelschap en de grote hoeveelheid media-aandacht, moest de eigen inferioriteit compenseren.
Karst T. was recentelijk ontslagen en was aan het verhuizen omdat hij de huur niet meer kon opbrengen. Dit kan iets van de onderliggende gevoelens verklaren, maar het is goed mogelijk dat er in zijn jeugd van alles gebeurd is dat hem getraumatiseerd heeft. We weten ook niet waarom hij ontslag gekregen heeft.
De haat die de actie van Karst T. weer opwekte bij mensen richt zich zelfs tegen auto's van hetzelfde type als dat hij gebruikte: zwarte Suzuki's Swift moeten het ontgelden. Het irrationele hiervan laat verder zien hoe mensen hun haat kunnen ontladen op objecten of personen die niets met de eigen situatie te maken hebben, maar daar alleen maar aan doen denken.
Gevoelens in de spiegel - projectie
Toen ik nog niet zo bezig was met het bewust maken van mijn onbewuste gevoelens, merkte ik nogal eens op dat mijn gezichtsuitdrukking in de spiegel of op een foto een emotie uitstraalde die ik niet voelde. Vaak was dat verdriet, dat ik dan wel in de spiegel of op een foto zag, maar niet wilde voelen. Ik probeerde foto's van mezelf te maken waar die emotie niet zichtbaar op was, maar dat bleek bijna niet te doen.
Nu ik al weer diverse jaren bezig ben om mijn gevoelens wèl te doorvoelen, merk ik dat ik het verschijnsel nu tot mijn voordeel kan aanwenden. Als het na enige tijd proberen gevoelens toe te laten niet lukt door iets heen te komen, en ik hetzelfde maar blijf voelen, wil ik nog wel eens in de spiegel kijken om te zien of ik daar een gevoel zie dat ik nog niet gezien had. Vaak zie ik het daar dan wel. Dat kan dan voldoende zijn om er doorheen te komen, en ik zie dan in de spiegel mijn gezichtsuitdrukking ontspannen, nadat ik het onderdrukte gevoel daar zag.
Ik neem aan dat wat hier gebeurt projectie is. Normaalgesproken is het bij projectie zo dat je een gevoel dat je zelf onderdrukt bij de ander meent te zien. Als je bijvoorbeeld zelf kwaadheid onderdrukt, kun je dan het idee hebben dat de ander juist kwaad op jou is, terwijl dat niet zo is. In de spiegel is er ook een ander waarop je een gevoel projecteert - alleen is die ander jezelf.
Objectrelaties in het onbewuste
Een groot deel van het onbewuste bestaat uit objectrelaties, waarbij situaties gezien worden als samengesteld uit jezelf, een ander (of anderen), en een relatie daartussen.
In een objectrelatie heb je dus een beeld van jezelf als zijnde op een bepaalde manier, en een beeld van de ander. Je kunt van jezelf bijvoorbeeld een beeld van slachtoffer hebben, en van de ander als aanvaller, of van jezelf als afhankelijk kind, en de ander als ouder, of van jezelf als schuldig, en de ander als beschuldiger.
De objectrelaties in het onbewuste worden vooral in de vroege jeugd gevormd. Zoals alles in het onbewuste gebeurt dat doordat je niet diep en compleet je gevoelens voelt, waardoor patronen blijven bestaan. Doordat de meeste interacties in eerste instantie zijn tussen jezelf en je ouders, zijn de meeste objectrelaties ook dusdanig.
De meeste interacties die we als volwassenen hebben zien we als die onbewuste objectrelaties. We gedragen ons volgens die onbewuste patronen.
Hierdoor zie je in het dagelijks leven anderen ook nogal eens onbewust als ouder. Als ouder die bescherming biedt en liefde kan bieden, als ouder die bevrediging schenkt, of als autoriteit. Omdat je je met beide kanten van de object relatie kunt identificeren, kun je jezelf ook als ouder zien. Je kunt jezelf als autoriteit zien, die het beter weet, of jezelf als helper of schenker van bevrediging.
Ook anderen dan de ouders zijn vaak deel van de objectrelaties in ons onbewuste. Broers of zussen, andere kinderen, leraren, dokters, ze zitten allemaal in die vastliggende patronen.
We zien anderen en onszelf door deze patronen zelden zoals ze werkelijk zijn. We zien anderen vooral zoals we als kind anderen zagen. We idealiseren anderen, omdat we ze zien als onze almachtige en alwetende ouders uit onze vroegste kindertijd. We wantrouwen anderen, vanwege als onbetrouwbaar ervaren situaties uit onze jeugd, en dus niet vanwege de werkelijkheid van huidige situaties.
We zijn alleen gedoemd volgens deze vaste patronen te blijven reageren als we ze onbewust laten blijven. Als we diep en compleet voelen bij onszelf wat er allemaal werkelijk is, dan lossen ze op. Dat zal gebeuren op het moment dat we onze gevoelens volledig genoeg hebben toegelaten en gevoeld om de situatie van een objectrelatie te begrijpen. Het onbewuste verliest zijn macht over ons wanneer het bewust wordt.
Wat zijn emoties? En wat niet?
We gebruiken het woord "emoties" veel, zonder het echt helder te hebben wat emoties onderscheid van andere gevoelens en sensaties. Maar wat zijn nu eigenlijk emoties?
Een basislijstje (niet noodzakelijk compleet) met emoties is gemakkelijk te maken: angst, verdriet, kwaadheid, verrassing.
Laten we dit contrasteren met een lijstje gevoelens en sensaties die in ieder geval geen emoties zijn: vermoeidheid, fysieke pijn, zwakte / kracht, verbondenheid / onverbondenheid, eenzaamheid, minderwaardigheid / superioriteit, geilheid, gespannenheid / ontspanning.
Wat opvalt is dat de emoties kunnen gaan over die andere gevoelens: je kunt verdrietig zijn over een zwak gevoel, bang zijn voor de superioriteit van een ander die jouw minderwaardigheid betekent, verrast zijn door geilheid en kwaad over gespannenheid als je juist ontspannen wilt zijn en daarover frustratie ervaart. Andersom is wat minder waarschijnlijk. Als je bijvoorbeeld kwaadheid als superieur ervaart, of angst en verdriet als zwak, dan is er waarschijnlijk meer wat erachter zit. Er zou bijvoorbeeld angst kunnen zijn om inferieur of zwak te zijn - weer emotie, dus.
Wellicht kunnen we het helderder krijgen wat emoties zijn door ze te omschrijven.
Angst
We willen iets niet verliezen, wat we wel zouden kunnen verliezen. We vechten of vluchten om het veilig te stellen, of bevriezen als we geen optie zien.
Kwaadheid
We zetten extra kracht in om iemand te stoppen ons te kwetsen.
Verdriet
We hebben iets verloren wat we wilden behouden.
Verrassing
Iets wat iets voor ons betekent komt onverwacht naar ons toe.
Er is sprake van een beweging (of mogelijke beweging, of stoppen van beweging) in de emotie. Het woord 'motie' dat in 'emotie' zit, verwijst naar beweging. Kennelijk gaat emotie over 'bewogen worden'. Emoties zijn ook reacties op iets.
Dan zijn er nog wel meer emoties te benoemen, zoals frustratie, bezorgdheid, teleurstelling, blijdschap, haat, trots.
Frustratie
We worden tegengehouden en kunnen niet doorgaan met iets wat we willen.
Bezorgdheid
Iets lijkt niet meer te zullen gaan zoals we willen, en we proberen daar iets tegen te doen.
Teleurstelling
Iets wat iets voor ons betekent komt onverwacht niet naar ons toe.
Blijdschap
Een verlangen is bevredigd.
Haat
We staan machteloos tegenover iemand die ons kwetst, en willen diegene daarom vernietigen.
Grensgevallen zijn, wat mij betreft: liefde, passie, enthousiasme, schuldgevoel, schaamte, hoop, verlangen, hopeloosheid, radeloosheid, vertrouwen, trots.
Liefde, passie en enthousiasme zijn meer een manier waarop je met iets of iemand omgaat. Het zijn niet helemaal reacties. Schuldgevoel en schaamte zijn weer erg met het superego verbonden, maar ik ben wel geneigd ze emoties te noemen. Hoop en verlangen zijn weer niet echt een reactie, maar hopeloosheid en radeloosheid weer wel. Vertrouwen heeft meer met de afwezigheid van de emotie angst te maken.
Almaas beschrijft diverse essentiele staten. Dit zijn staten die tot het ware zelf behoren, niet tot het ego, en zijn geen emoties. Voorbeelden zijn: liefde, compassie, essentiele wil, essentiele kracht, nieuwsgierigheid, waarde, waarheid, innerlijke stilte.